Er is een last van de schouders van trainer Jeroen Peters gevallen. Door de winst op OWIOS heeft Veensche Boys de neerwaartse spiraal weten te doorbreken. Dat biedt perspectief voor het inhaalduel van aanstaande zaterdag. Het spel was prachtig, maar er is te weinig geprofiteerd van de vele kansen. Het had in de eerste helft al zeker 4-0 kunnen wezen.
Peters: Je hebt helemaal gelijk. het was een leuke wedstrijd. De ploeg is geconcentreerd gebleven. Uiteindelijk maken we een prachtig resultaat: 4-0. Die uitslag hebben lange tijd niet eerder gehad. Je slaat de spijker op zijn kop. Ik heb het boekje bij me en dat ga ik er ook niet uithalen.
Als je de verdediging van OWIOS al zo zwak de ballen ziet uittrappen, dan zou je wellicht nog iets opportunistischer moeten voetballen en het erop wagen. Dat was vooral te zien bij het tweede doelpunt.
Peters: Ik snap wat je bedoelt. We hebben vol met pressie gespeeld. Uiteindelijk zijn veel kansen
gecreeerd. Als supporter van Veensche Boys zijnde kun je denken: verdorie, wanneer gaat die bal er eens in. Waar jij op doelt is dat er doorgejaagd wordt op de keeper, maar Michel Kas wilde vlak voor de wedstrijd eigenlijk niet starten. Ik zei: Wat nou niet starten. Ga maar eens eerst een goede warming-up doen. Die hamstring van hem wilde eigenlijk niet. Hij was ook goed afgetaped en ingepakt. Wil je door laten jagen naar de keeper, dan moet je voorin echt heel frisse mensen hebben. Dat was een risico. Dat was ook de reden dat we niet doorliepen naar de keeper.
Het resultaat mag er zijn. Wat vond je zelf het mooiste doelpunt? Het moment dat Rob Baas werd ingebracht, was het begin van een ontzettend goede pot voetbal.
Peters: We hadden maar veertien veldspelers. Dat is de maximale selectie. Ik zeg niet dat ze anders wel hadden gespeeld. Je mag best weten: Jelte Bakker twee keer niet getraind, Rob Baas twee keer niet getraind. We hebben een afspraak gemaakt: dan ook niet spelen. Dat is de reden voor wat betreft het antwoord op Rob Baas. En het mooiste doelpunt? Die van Rob Baas. Dat zeg ik heel eerlijk, maar waar ik als trainer erg van heb genoten is Erik Kool. Erik liet zijn koppie net hangen. Ik zei: Man, je hebt hartstikke goed gevoetbald. Hij is een beetje een bluffertje en zei: Ik was niet zenuwachtig. Ik zeg: Jongen, je hebt wel een keer een doelpunt nodig in het netje. Want de ballen die hij moet schieten, gaat hij voor geven. En ballen die hij voor moet geven, gaat hij schieten. Dan twijfelt hij kennelijk in de laatste seconden voor de goal toch net wat hij moet doen.
Vanaf de eerste seconde was hij ongekend fel.
Peters: We kregen laatst ook, maar dat is inherent aan de voetbalsport, de opmerking dat hij er niet meer voor zou willen gaan, omdat hij weggaat. Motivatie weg en dit en dat. Nou, Ik kan je bij deze vertellen: het is niet leuk dat er mensen vertrekken. Maar aan de andere kant zijn de keuzes gevallen. Er komt ook volgend jaar een elftal. Dat zien we vanzelf wel. Maar de sfeer in de groep is vanaf het begin goed geweest. Nu ook. De jongens blijven echt wel doorgaan voor elkaar.
Volgende week de wedstrijd tegen Hierden. Dit resultaat tegen OWIOS biedt perspectief.
Peters: Het biedt wel perspectief, maar we leven van week tot week. Dinsdag hebben we met 11 veldspelers getraind. En donderdag startten we met 14 veldspelers en dat werden er na een half uur 12. Dus dat betekent ook dat je gezien de aard van de blessures dat je met een onderbezetting blijft zitten. Wederom zullen we de strijd moeten ingaan met een beperkte groep. Andere uitslagen weet ik nog niet. Ik heb gehoord dat Zwartwit heeft verloren. Maar goed: laten we het maar eens aanzien. We hebben nog niet eerder twee wedstrijden achter elkaar gewonnen. Dat is mijn eerste uitdaging.
Mag ik de huidige eerste helft zien als één van de betere van het seizoen?
Peters: Nou daar ga je te ver. Ik blijf de eerste helft tegen Blauwgeel de mooiste vinden. Daar kwamen we 1-0 voor en uit de counter werd gelijk gemaakt. Wat ik vandaag wel belangrijk vond was de collectieve wil die aanwezig was. Je had ook na de vele gemiste kansen kunnen zeggen: O nee, niet weer he? Maar dat bleef ons gelukkig bespaard.
Interview en foto's Kees van den Heuvel