Ondanks het gelijke spel tegen eersteklasser Roda'46 heeft trainer Jeroen Peters Veensche Boys een prima pot voetbal op de grasmat zien spelen. De verschillende samenstellingen van het team in de eerste helft en de tweede helft heeft evenwel een verandering te zien gegeven in spelwijze. Werd er in de eerste helft vooral vanuit de verdediging gespeeld, in de tweede helft verplaatste de strijd zich helemaal naar het middenveld en de spitsen, de organisatie stond beter en vertoonde Veensche Boys veel meer dynamiek. Heeft Peters dat ook zo ervaren?
Peters: O jawel, dat heb ik gezien, maar ik zag ook andere dingen. Ik vond ons eigenlijk, los van de spelers die in de eerste helft en de tweede helft zijn gebruikt, in beide gedeelten bij vlagen zeer leuk spelen, er was veelal speloverwicht. Op een gegeven moment ga je zoeken naar rendement en dat blijft nogal achterwege.'
Iets wat ik belangrijk vind om te benoemen is dat we zowel in de eerste helft als in de tweede helft eventjes de regie kwijt zijn. Dan verzuimen we om rust in de ploeg te creeren, waardoor we zelf orde op zaken kunnen brengen en binnen vijf minuten weer zelf vanuit de bal kunnen gaan voetballen. Maar het was wel een leerzaam potje vandaag.
Hoe zou je Roda willen typeren?
Peters: Als een jonge ploeg, die ook heus wel voetbal willen spelen. Dat betekent dat ze lopende mensen hebben en ook risico durven nemen. Dat betekent tevens dat ze wel eens wat achterlaten. Nou goed, daar kun je wel goed tegen spelen.
Dan het doelpunt van Ferdi van de Pol. Daarvan werd gezegd dat het buitenspel betrof van de aanvallers.
Peters: Ik vond het sowieso een mooie aanval en mooi afgemaakt. Buitenspel? Vanuit mijn hoek, waaruit ik het heb bekeken, zeker niet. Ik heb vanuit andere situaties gezien dat het wel buitenspel was aan beide kanten. Daar heb ik niet zoveel problemen mee. Maar ik vond vooral de opzet om te komen tot soms nog wel mooier dan het doelpunt. Ferdi gun ik het doelpunt absoluut, maar die opzet was erg mooi.
De tweede helft was bijzonder attractief. Jammer wel van het tegendoelpunt.
Peters: De eerste helft vond ik ook mooi. Wat we de tweede helft meer hadden was de druk naar voren en wat meer scherpte. Toen kregen we ook zwaarder de overhand. Alleen dan vind ik de eindpass, dat is ook moeilijk, iets waar we nog aan moeten gaan sleutelen.
Heb je er vertrouwen in dat we met deze groep goed aan de tweede helft van de competitie gaan beginnen?
Peters: Jawel. Als we gewoon goed kunnen ballen en ijs en wederdienende op 20 februari gaan spelen, dan hoop ik dat we er staan. Ik pas nu nog vijf wissels toe. Dat heeft puur te maken met de fitheid van bepaalde spelers in de eerste helft. Volgende week zullen we daarin wat meer risico gaan nemen en dan de ploeg wat langer laten staan, omdat dat mogelijk de ploeg kan zijn voor de hervatting van de competitie op de twintigste. Als we dit met zijn allen durven uitstralen, en we kunnen nog wat verbeteren, dan moet je ook een beetje het geluk aan je zijde meekrijgen. Dan groeien ze mogelijk ook nog een beetje in de bovenkamer door. Ik denk dat daar nog best wat winst te boeken is.
Waar zitten fysiek nog de twijfelgevallen?
Peters: Bart van Tiggelen houdt het 45 minuten vol, maar is daarna op. Datzelfde geldt voor Arjen Ruitenbeek en Aissam Rahimi. Harmgeert Bakker is terugkomende van een blessure. Kon ik maar zeggen dat die op 99 procent zitten dan is dat heel ver. Maar ik denk dat ze op tachtig/vijfentachtig procent zitten en dat vind ik nog een behoorlijk gat.
Op 20 februari speelt Veensche Boys tegen Horst.
Interview en foto's Kees van den Heuvel